PCD Belangengroep [ Disclaimer | Home Page | Artikelen-index | E-mail ]

PCD en de klachten van de luchtwegen

J.E. Dankert-Roelse
Afdeling Kindergeneeskunde, Vrije Universiteit, Amsterdam

Inleiding

Met de term primaire ciliaire dyskinesie, meestal afgekort tot PCD, wordt de groep van aandoeningen geduid die veroorzaakt wordt door het niet- of dysfunctioneren van de trilharen ten gevolge van een erfelijke aanleg. Een Nederlandse naam voor de aandoening zou "trilhaarziekte" kunnen zijn. PCD is een betrekkelijk zeldzame aandoening; men schat dat 1:8.000-15.000 pasgeborenen PCD heeft.
Trilharen of "cilia" komen voor aan de oppervlakte van het slijmvlies dat de luchtwegen, zoals de trachea, de bronchi, de neus, middenoor en de sinussen bekleedt, maar ook in andere organen, zoals in de hersenen en het ruggenmerg, en in de geslachtsorganen.
Vaak staan bij deze ziekte de klachten van de luchtwegen op de voorgrond, maar ook kan de aandoening leiden tot mannelijke onvruchtbaarheid, doordat de zweepstaart van de spermatozoën niet flunctioneert. Ongeveer 50 % van de patiënten met PCD heeft een situs inversus, dat wil zeggen dat de organen in borst- en buikholte in spiegelbeeld liggen. Het syndroom van Kartagener, gekenmerkt door de trias bronchiectasieën, sinusitis en situs inversus, komt voor bij een deel van de patiënten met PCD.

Pathofysiologie

Ciliën hebben een essentiële functie bij het mucocilaire transport. Dit transport is één van de belangrijkste afweermechanismen van de luchtwegen. Hiermee worden ingeademde deeltjes die schadelijk kunnen zijn afgevoerd. Het mucociliaire transport komt tot stand doordat de luchtwegen bekleed zijn met cellen die mucus (slijm) produceren en dit mucus kunnen afvoeren naar de mondkeelholte waar het wordt verwijderd door slikken of ophoesten. Dit transport kan alleen goed functioneren als het mucus normaal van samenstelling is en de cilia goed functioneren. Bij een goed functionerend mucociliair transport is de transportsnelheid circa 5 mm/minuut; de transportsnelheid is het hoogst in de luchtpijp en de neus, maar geringer in de kleinere luchtwegen. Bij een normale transportsnelheid zijn deeltjes die ver in de bronchioli zijn neergeslagen binnen 6 uur weer uit de luchtwegen verwijderd.
Bij een abnormale samenstelling van het mucus is de transportsnelheid vertraagd, bij niet-functionerende ciliën is er geen mucociliair transport. Het mucociliaire transport is aanwezig vanaf de geboorte. Vòòr de geboorte zijn de longen gevuld met vloeistof. Direct na de geboorte wordt deze vloeistof vervangen door lucht. De cellen in de luchtwegen van pasgeboren baby's hebben echter nog een secretoire functie, die pas in de eerste weken na de geboorte verandert in een meer absorberende functie. Ook is er in de eerste levensdagen een sterk toegenomen productie van mucus in de lagere luchtwegen. Hoewel de trilhaarslag bij een pasgeborene even snel is als bij een volwassene, is door de veranderde mucus-samenstelling bij elke pasgeborene het mucustransport vertraagd in vergelijking met volwassenen.
Doordat er geen mucociliair transport is bij PCD is de vatbaarheid voor infecties, met name door bacteriën groter. Door de steeds terugkerende infecties kunnen beschadigingen in de wand van de luchtwegen ontstaan. De beschadigingen leiden tot een verzwakking van de bronchuswanden: dit kan tot bronchiectasieën leiden. Als er bronchiectasieën zijn ontstaan, is de bacteriële infectie zeer moeilijk te behandelen. Een sterke achteruitgang van functionerend longweefsel wordt daarentegen zelden gezien. Bij de eerste beschrijvingen van het ziektebeeld werd gedacht dat de bronchiectasieën aangeboren waren, thans is duidelijk dat deze ontstaan door de infecties. Een vroegtijdige behandeling of profylaxe om het ontstaan van deze bronchiectasieën te voorkomen is daarom belangrijk.

Symptomen

Klachten veroorzaakt door PCD kunnen al zeer vroeg in het leven ontstaan en deze kunnen zeer moeilijk te behandelen zijn. Er zijn weinig andere aandoeningen die al zo vroeg in het leven aanleiding geven tot respiratoire symptomen; bij baby's met een neonatale respiratory distress syndroom, pneumonie of atelectase hoort PCD in de differentiaal diagnose, zeker als dit gepaard gaat met persisterend "volzitten" en rhinorrhoe. De aanwezigheid van een situs inversus bij deze symptomen, is pathognomonisch voor PCD. Persisterende bovenste en onderste luchtwegklachten kunnen ook ontstaan door immuundeficiënties of door een allergische diathese, maar bij deze oorzaken beginnen de klachten meestal later, vanaf de 3e tot 9e levensmaand. Cystic fibrosis kan zich ook vroeg manifesteren met een atelectase, of een pneumonie, maar bij cystic fibrosis treden de neusklachten vaak pas veel later op. Bij PCD zijn de klachten van de neus en de bijholten vaak zeer moeilijk te behandelen.

Behandeling

Er is geen medicamenteuze behandeling die de ciliënfunctie kan verbeteren of vervangen. De symptomen ten gevolge van de afwezige ciliënfunctie kunnen worden behandeld met:

Prognose

Hoewel PCD tot veel morbiditeit kan leiden, is de prognose wat betreft de longfunctie gunstig. De longfunctie blijft over het algemeen goed behouden en de levensverwachting van patiënten met PCD verschilt niet met die van gezonden.

 

---

Laatste aanpassing op deze site: Vrijdag 21 december 2007